Vossen en Weidevogels in Noord-Holland: effecten van vossen op het broedsucces en de vestiging van weidevogels
Weidevogels gaan sinds decennia sterk in aantal achteruit. Predatie door vossen wordt vaak als één van de mogelijke oorzaken genoemd, maar hoe groot is die invloed precies? Dit OBN-onderzoek onderzoekt het belang van vossenpredatie op de overleving van weidevogelnesten in drie Noord-Hollandse gebieden: Zeevang, Rijperweg en Overleek.
In deze gebieden zijn kievit- en gruttonesten voorzien van dataloggers met thermistor, om vast te stellen of nesten ’s nachts (mogelijk door vossen) of overdag zijn gepredeerd. Van de 79 onderzochte nesten met bekende uitkomst werden er 21 gepredeerd — 13 daarvan ’s nachts en 8 overdag. Het aandeel nachtelijke predatie verschilde sterk tussen soorten en gebieden: bij gruttonesten was het merendeel ’s nachts gepredeerd, bij kievitnesten was dit ongeveer gelijk verdeeld.
De impact van vossenpredatie kan op gebiedsniveau aanzienlijk zijn. Bij de kievit zou de kuikenproductie gemiddeld met een factor 2,5 toenemen bij afwezigheid van vossenpredatie, bij de grutto is deze factor 1,3. De predatiekans nam bovendien significant toe in de loop van het broedseizoen. Een opvallende bevinding is dat de dagelijkse overlevingskans afnam bij kortere bezoekintervallen — wat wijst op een negatief effect van frequente nestcontroles door mensen.
Geen verband kon worden gelegd tussen predatiekans en de vestiging van weidevogels in een gebied: vogels mijnen gebieden met een hogere predatiedruk dus niet actief. Helaas bleek het niet mogelijk om betrouwbare vossendichtheden vast te stellen — in totaal is slechts twee keer een vos waargenomen — zodat de relatie tussen vossendichtheid en predatiekans onbeantwoord blijft.