OBN-2005-268-O
Vanwege het van oorsprong natte karakter van het Weerterbos en de aanwezigheid van kwel werd verwacht dat herstel van vennen snel zou leiden tot terugkeer van karakteristieke watermacrofauna. Om dit te toetsen is monitoring uitgevoerd in vier opgeschoonde wateren in het Weerterbos en in het Berkenven, waar geen herstelmaatregelen waren genomen.
De resultaten laten zien dat de herstelmaatregelen zeer succesvol waren voor waterkwaliteit en vegetatie. In de opgeschoonde vennen ontwikkelden zich snel plantengemeenschappen die kenmerkend zijn voor zwakgebufferde, voedselarme wateren, en ook de waterchemie sluit hierbij aan. Soorten die normaal niet in vennen thuishoren namen af. Voor de fauna ontstonden gemeenschappen die deels passen bij voedselarme omstandigheden, maar ook soorten uit voedselrijkere milieus bevatten. Dit wordt verklaard door achtergebleven veenresten, slib en nutriëntenaanvoer vanuit aangrenzende wateren.
Ondanks de verbeterde milieuomstandigheden bleven karakteristieke en doelsoorten van watermacrofauna vrijwel geheel uit, zelfs zeven jaar na herstel. Ook zeldzame soorten werden nauwelijks aangetroffen. Dit wordt vooral toegeschreven aan de sterke isolatie van de vennen door bos, grote afstanden tot bronpopulaties en het ontbreken van relictpopulaties na langdurige ontwatering en verdroging.
Voor het beheer is het belangrijk verdere eutrofiëring te voorkomen, bijvoorbeeld door ook het Berkenven op te schonen om nutriëntenaanvoer naar andere vennen te beperken. Bij keuzes voor herstelbeheer verdient het aanbeveling prioriteit te geven aan minder geïsoleerde wateren, waar kolonisatie sneller kan plaatsvinden. Tegelijk blijft herstel in geïsoleerde gebieden zinvol, omdat bijzondere vegetaties zich snel kunnen herstellen uit aanwezige zaadbanken.