Vervolgmonitoring Korenburgerveen 2024

In het Korenburgerveen zijn sinds 2000 ingrijpende hydrologische maatregelen genomen om het hoogveen te herstellen. Door regenwater beter vast te houden, waterstanden te stabiliseren en de invloed van voedselrijk water te beperken, is gewerkt aan het herstel van typische hoogveencondities met veenmossen en bijbehorende flora en fauna. Kort na uitvoering van deze maatregelen liet onderzoek zien dat vooral de watermacrofauna sterk veranderde, met name in de meest vernatte delen van het gebied. Twintig jaar later is onderzocht hoe deze veranderingen zich op de lange termijn hebben ontwikkeld. Uit deze vervolgmonitoring blijkt dat de watermacrofauna deels is hersteld en dat sommige locaties weer sterk lijken op de oorspronkelijke situatie. Dit wijst op veerkracht van het hoogveensysteem, zelfs tegen de achtergrond van landelijke achteruitgang van insecten. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat snelle vernatting risico’s met zich meebrengt, omdat niet alle soorten zich even snel kunnen aanpassen.

Herstel vogelkers-essenbos in het Lankheet

Het vijfjarige onderzoek (2005–2010) op landgoed Het Lankheet onderzocht herstel van verdroogd Vogelkers-Essenbos via verhoogde kwel. Hydrologie, bodemchemie en humus verbeterden, maar vegetatieherstel verliep langzaam door dispersiebeperkingen. Elzenbroekbossoorten namen toe, oud-bossoorten beperkt. Conclusie: hydrologisch herstel is effectief, maar volledige vegetatieontwikkeling vraagt tijd, nabijgelegen bronpopulaties en aanvullend beheer.

Stuurfactoren voor weerbare laagveensystemen tegen uitheemse rivierkreeft

In dit onderzoek is gekeken welke mogelijkheden natuurbeheerders en waterbeheerders hebben om te werken aan een dergelijk robuust watersysteem. Er is gekeken naar vier potentiële stuurfactoren voor het vergroten van de weerbaarheid van watersystemen tegen uitheemse rivierkreeft onderzocht: (a) voedselbeschikbaarheid en nutriënten, (b) oeverstructuur, (c) predator-prooirelaties en (d) gevoeligheid van waterplanten tegen destructie. Doel van het onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de abiotische en biotische factoren en processen die aquatische laagveensystemen minder gevoelig maken voor invasie door rivierkreeften en/of de maximale rivierkreeftenpopulatie in een systeem beperken. Het onderzoek geeft daarmee handvatten voor het herstellen van aquatische systemen.

Herstel van laaglandbeken door het herintroduceren van macrofauna

Beekherstel heeft op een aantal plekken in Nederland geleid tot een verbetering van de milieuomstandigheden. Desondanks blijft het resultaat biologisch gezien vaak achter omdat veel soorten een beperkt verspreidingsvermogen hebben en de verbeterde beken niet kunnen bereiken. Over de mogelijkheden en het mogelijk succes van herintroductie is nog weinig bekend. Daarom is in deze studie een generiek raamwerk opgesteld voor herintroducties.

Randvoorwaarden voor het herstel van kenmerkende en bedreigde soorten in het natte zandlandschap

Het doel van dit onderzoeksproject is om voor de bedreigde soorten van het natte zandlandschap knelpunten te herkennen voor het herstel van de ecosystemen met de bijbehorende soorten. In dit project is gezocht naar groepen van bedreigde soorten met vergelijkbare reacties op herstelmaatregelen of het uitblijven daarvan en is geprobeerd de respons van deze soorten te koppelen aan bepaalde herstelmaatregelen of ecologische condities. De kennis van habitateisen of knelpunten is voor veel soorten nog erg beperkt, of nog te abstract voor vertaling naar toepasbare maatregelen. Voor het overgrote deel van de soorten ontbreekt het aan onderzoek dat gericht is op het vaststellen van knelpunten.

Verkennng herstel kleinschalige lijnvormige infrastructuur heuvelland

Dit onderzoek geeft een verkennend overzicht van de natuurwaarden van lijnvormige elementen in het Heuvelland, met een visie op mogelijk herstel. Het beheer van bermen wordt hoofdzakelijk door gemeenten uitgevoerd en langs de Rijkswegen door Rijkswaterstaat. Met name bij gemeenten spelen bij het bermbeheer de natuurwaarden een ondergeschikte rol ten opzichte van verkeerstechnische argumenten. Het beheer wordt vooral op basis van efficiency uitgevoerd. Alleen in uitzonderingsgevallen wordt rekening gehouden met bijzondere soorten of begroeiingen. Het onderzoek concludeert dat het belangrijk is om meer kennis uit te wisselen met gemeenten en wegbeheerders.

Mogelijkheden voor herstelbeheer in hellingbossen op kalkrijke bodem in Zuid-Limburg

In dit rapport staat een beheerexperiment beschreven van een omvorming naar een “ongelijkvormig hooghout”, met meerdere generaties (diameterklassen) bomen in één perceel en een cyclus van periodieke kap. De beheerexperimenten in het Eyser- en Wijlrebos hebben aangetoond dat een omvorming van een (voormalig) middenbosbeheer naar een beheer als ongelijkvormig hooghout ook in de Zuid-Limburgse context (steile hellingen, meerdere decennia geen ingrepen) bosbouwtechnisch goed mogelijk is.

Grote grazers voor veiligheid en natuur in rivieruiterwaarden

Rijkswaterstaat wil in de stroombanen van de rivier de vegetatie weer terugzetten tot een ruwheid die overeenkomt met die van productiegrasland. Met terreinbeheerders worden gedetailleerde afspraken gemaakt om deze vegetatie vervolgens ook kort te houden. De vraag is wat de beste manier is die recht doet aan waterveiligheid en aan de biodiversiteit. In dit onderzoek is bestaande kennis verzameld en geanalyseerd.

Fosfaattoevoeging heide

Plaggen van heidebodems is veel toegepast als maatregel om de accumulatie van stikstof in de bodem tegen te gaan. Het nadeel van deze maatregel is dat door verwijdering van de organische laag ook een groot deel van de aanwezige P uit het systeem verwijderd wordt.
Een beheeroptie is om plaggen te combineren met een eenmalige bemesting met P, zodanig dat de beschikbare P netto herstelt tot de oorspronkelijke waarden. In dit project is die maatregel onderzocht in een veldexperiment in Nationaal Park de Hoge Veluwe.

Beheeroptimalisatie Zuid-Limburgse hellingschraallanden

Om te onderzoeken of fasering van het begrazingsbeheer in hellingschraallanden leidt tot een verhoging van de biodiversiteit en ook praktisch uitvoerbaar is, is een grootschalig driejarig veldexperiment uitgevoerd en keken onderzoekers naar effecten op typische flora en fauna, de efficiëntie voor het afvoeren van nutriënten en het kostenaspect. Het blijkt dat fasering van begrazing een belangrijke rol kan spelen om meer stikstof en fosfaat uit graslanden te verwijderen en meer kansen te creëren voor karakteristieke flora en fauna.

Verlanding in laagveenpetgaten

Deze verlanding van petgaten is in veel laagveengebieden gestagneerd. Het doel van dit onderzoek was om mogelijke oorzaken te begrijpen en zo mogelijk maatregelen te bedenken om de verlanding wel weer op gang te brengen. In dit onderzoek is een aantal herstelmaatregelen ingezet om verlanding te stimuleren. Eén daarvan is de inzet van drijvende constructies.

Biochemie en experimentele maatregelen voor het herstel van beekdalvenen

Beekdalvenen zijn moerassen die door grondwater worden gevoed en waar vroeger en/of momenteel veenvorming optreedt. Het doel van dit onderzoek is om te kijken of extra maatregelen (aanvullend op de vernatting van beekdalen) helpen bij het herstel van basenrijke kleine zeggen-slaapmos-vegetaties.

Effecten maaibeheer op kleine zeggenmoerassen in beekdalen

In diverse beekdalen in Nederland worden deze veenvormende moerasvegetaties hersteld door vernatting. Als beheermaatregel worden deze vegetaties daarna vaak gemaaid. De centrale vraag in dit OBN onderzoeksrapport is of dat nodig is. Na verbetering van de hydrologische omstandigheden zouden de vegetaties zichzelf moeten kunnen handhaven. Daarnaast is het de vraag in hoeverre maaibeheer nadelig doorwerkt op het ontstaan van microtypografie (kleinschalig reliëf).

Biodiversiteit en landschapsecologische relaties in het natte zandlandschap (let op: bestaat uit 4 losse delen)

Het onderzoek “Herstel van biodiversiteit en landschapsecologische relaties in het natte zandlandschap” is uitgevoerd in de Natura 2000 gebieden De Groote Heide, Dwingelderveld, Haaksbergerveen en in de boswachterij Gieten. Er is vooral gekeken naar de habitattypen heideveentjes en aangetast hoogveen. Daarnaast zijn er tijdens het onderzoek ook veel met uitsterven bedreigde soorten aangetroffen. Dit rapport biedt de natuurbeheerder een groot aantal handvatten om een goed beheerplan op te stellen. Daarnaast biedt het rapport een dieper inzicht in het functioneren van hoogveensystemen.

Handboek Ecohydrologische systeemanalyse Beekdallandschappen

Ontdek het Handboek Ecohydrologische systeemanalyse beekdallandschappen – een praktische gids voor water- en terreinbeheerders om het functioneren van grond- en oppervlaktewatersystemen in beekdalen te analyseren. Dit handboek bevordert effectief en duurzaam beheer, ondersteunt samenwerking tussen natuur- en waterbeheerders en vormt een stevige basis voor beleidsmaatregelen.

Integraal natuurherstel in beekdalen

Ontdek hoe integraal natuurherstel in beekdalen bijdraagt aan meer biodiversiteit en een stabieler watersysteem. Deze studie laat zien dat een stroomgebiedsbrede aanpak, met focus op hydrologisch herstel zoals het vasthouden van regenwater en het verondiepen van beken, essentieel is voor succesvol beekdalherstel. Inclusief praktische beheeradviezen.

Zonnebaars: bestrijding van een uitheemse invasieve vis

Ontdek effectieve methoden voor de beheersing van de invasieve zonnebaars in Nederland. Lees hoe natuurlijke processen, migratiebeperking en predatoren zoals snoek kunnen helpen bij het bestrijden van deze schadelijke vissoort.

Behoud en herstel van Hoogveenbos in het laagveen

Dit onderzoek richt zich op het behoud en herstel van hoogveenbossen in de laagveenregio van West-Nederland. Berkenbroekbossen zijn zeldzaam en worden bedreigd door verdroging en klimaatverandering. In het Naardermeer en De Wieden is onderzocht of wateraanvoer helpt bij het behoud van dit unieke bostype. Modelsimulaties en veldonderzoek tonen aan dat wateraanvoersloten in De Wieden de grondwaterstand stabiliseren, vooral in de zomer. In de winter zijn stuwtjes ingezet om water vast te houden. De resultaten laten zien dat passieve wateraanvoer een bijdrage kan leveren aan het vernatten van verdroogde bossen, al blijven de effecten beperkt. Aanbevolen wordt het beheer van de stuwtjes voort te zetten en het onderzoek uit te breiden naar kwelgebieden. Dit biedt waardevolle inzichten voor duurzaam natuurbeheer en de bescherming van kwetsbare hoogveenbossen.