Jaarverslag 2025 van OBN Natuurkennis en UPN

Een nieuwe fase in natuurkennis Het jaar 2025 markeert een belangrijke nieuwe fase voor OBN Natuurkennis en het Uitvoeringsprogramma Programma Natuur (UPN). Met de start van een zesjarige samenwerking tussen LVVN, BIJ12 en VBNE is het bestaande sterke fundament wederom gecontinueerd voor de toekomst van kennisontwikkeling voor natuurherstel in Nederland. Deze nieuwe periode staat niet alleen […]

Gecombineerde bodembehandeling droge bossen

Lopend onderzoek OBN generiek

Dit OBN onderzoek onderzoekt of een combinatie van maatregelen – gedeeltelijke verwijdering van strooisel en toevoeging van kalk en steenmeel – kan bijdragen aan herstel van verzuurde droge bosbodems. Doel is de stikstofbalans en bodemchemie te verbeteren zonder het bodemleven blijvend te schaden. De resultaten moeten duidelijk maken of deze aanpak een effectieve herstelstrategie kan zijn voor stikstofgevoelige boshabitats.

Duurzame basenrijkdom natte schraallanden

Natte, basenrijke schraallanden in Nederland zijn vaak kwetsbaar door verzuring. Onderzoek toont dat niet alleen actuele pH, maar vooral latente verzuringscapaciteit in diepere bodemlagen bepalend is voor duurzaamheid. Hoewel soortenrijkdom vaak stabiel lijkt, nemen karakteristieke soorten af. Hydrologische veranderingen kunnen verborgen zuurvorming activeren. Duurzaam herstel vraagt robuust hydrologisch ingrijpen en vermindering van sulfaat- en nitraataanvoer.

Graslanden en moerassen in het zeekleilandschap

OBN-onderzoek in het binnendijkse zeekleilandschap laat zien dat intensivering en afgenomen dynamiek biodiversiteitsverlies veroorzaakten. Primair herstel vereist gebiedsoverstijgend beheer van hydrologie, zoutregime en ruimtelijke heterogeniteit. Soortenrijke graslanden en moerassen hebben specifieke water- en bodemcondities nodig. Duurzaam succes hangt af van behoud van kwel, waterpeil, reliëf en integratie van beheerdoelen, gecombineerd met gebiedsbrede maatregelen.

Herstel van kruiden- en faunarijke graslanden in het droge zandlandschap

OBN-onderzoek naar kruiden- en faunarijke graslanden in droge zandgebieden toont dat langdurig verschralingsbeheer vaak in een grassenfase blijft steken. Beheer met tijdelijke bodemdynamiek, zoals zwarte braak of roggeteelt, bevordert kruidenrijkdom. Bodemgemeenschappen veranderen beperkt, behalve lichte verschuivingen in schimmels. Duurzaam herstel vraagt grootschalig onderzoek naar bodemleven, plant-bodeminteracties en dynamiek om soortenrijke graslanden te herstellen.

Herstel van Zuid-Limburgse hellingmoerassen, het kalkmoeras in het bijzonder

OBN-onderzoek naar Zuid-Limburgse hellingmoerassen benadrukt het unieke kalkmoeras (H7230) met rijk ecosysteem en stikstofbeperkte vegetatie. Historische versnippering en verontreinigd grondwater bedreigen het voortbestaan. Herstel vraagt behoud van infiltratiegebieden, voorkomen van bebossing en constante aanvoer van kalkrijk water. Bodemchemie, microbiële activiteit en hydrologie zijn cruciaal voor fosfaatbinding en ecosysteemkwaliteit.

Herstel van heide door middel van slow release mineralengift

OBN-onderzoek toont dat traditionele bekalking met Dolokal snel pH en basen verhoogt, maar schokeffecten kan veroorzaken in natte heide. Steenmeel (Biolit, Lurgi) biedt een duurzamer alternatief: geleidelijke buffering, verbeterde P-beschikbaarheid en positieve effecten op vegetatie en insecten zonder sterke neveneffecten. Maatwerk is cruciaal, afhankelijk van bodemkenmerken, en opschaling vraagt zorgvuldig monitoren.

Effectgerichte maatregelen voor het herstel en beheer van faunagemeenschappen van heideterreinen

Het rapport analyseert waarom herstel van heidefauna vaak uitblijft. Historische habitatvernietiging en verzuring en vermesting verstoren voedselkwaliteit en voedselwebben. Hoge stikstofdepositie veroorzaakt fosforlimitatie en nutriëntenonbalans, met negatieve effecten op insecten en hogere trofische niveaus. Gangbaar plagbeheer is vaak ineffectief. Duurzaam herstel vraagt landschapsherstel, behoud van organische stof, lichte bekalking en vooral bronreductie van stikstofdepositie

De regulatie van de basentoestand in kwelafhankelijke schraalgraslanden en laagvenen

Herstel van de basentoestand in natte schraalgraslanden blijft in sommige gebieden uit, ondanks gerichte herstelmaatregelen. In acht referentiegebieden is onderzocht welke processen hieraan ten grondslag liggen. In het veld zijn gedurende een jaar de basenverzadiging van humushorizonten, de samenstelling van het bodemvocht en de redoxpotentiaal gemeten. Daarnaast zijn met behulp van een chemisch speciatiemodel berekende waarden gekalibreerd aan veldmetingen.

Herstel van rijkere eikenbossen

Langdurige stikstofdepositie heeft ook in rijkere eikenbossen geleid tot verzuring, nutriëntenonevenwicht en veranderingen in het bodemvoedselweb. Dit onderzoeksrapport beschrijft de actuele systeemtoestand van deze bossen en verkent herstelmogelijkheden. Structureel herstel blijkt beperkt; het perspectief ligt vooral bij het voorkomen van verdere achteruitgang, het behoud van relatief soortenrijke locaties en voorzichtig, goed gemonitord experimenteren, in combinatie met een noodzakelijke daling van stikstofdepositie.

Behoud van biodiversiteit in oude duingraslanden

Duingraslanden (Grijze duinen, H2130) zijn soortenrijke Natura 2000-habitats, maar oude successiestadia zijn onderbelicht geraakt in beheer. Dit rapport onderzoekt waarom sommige oude duingraslanden soortenrijk blijven en andere verarmen, welke rol stikstofdepositie speelt en welke beheermaatregelen effectief zijn voor behoud en herstel, op basis van veldonderzoek, experimenten en praktijkervaring.

Vervolgmonitoring Korenburgerveen 2024

In het Korenburgerveen zijn sinds 2000 ingrijpende hydrologische maatregelen genomen om het hoogveen te herstellen. Door regenwater beter vast te houden, waterstanden te stabiliseren en de invloed van voedselrijk water te beperken, is gewerkt aan het herstel van typische hoogveencondities met veenmossen en bijbehorende flora en fauna. Kort na uitvoering van deze maatregelen liet onderzoek zien dat vooral de watermacrofauna sterk veranderde, met name in de meest vernatte delen van het gebied. Twintig jaar later is onderzocht hoe deze veranderingen zich op de lange termijn hebben ontwikkeld. Uit deze vervolgmonitoring blijkt dat de watermacrofauna deels is hersteld en dat sommige locaties weer sterk lijken op de oorspronkelijke situatie. Dit wijst op veerkracht van het hoogveensysteem, zelfs tegen de achtergrond van landelijke achteruitgang van insecten. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat snelle vernatting risico’s met zich meebrengt, omdat niet alle soorten zich even snel kunnen aanpassen.

Herstel vogelkers-essenbos in het Lankheet

Het vijfjarige onderzoek (2005–2010) op landgoed Het Lankheet onderzocht herstel van verdroogd Vogelkers-Essenbos via verhoogde kwel. Hydrologie, bodemchemie en humus verbeterden, maar vegetatieherstel verliep langzaam door dispersiebeperkingen. Elzenbroekbossoorten namen toe, oud-bossoorten beperkt. Conclusie: hydrologisch herstel is effectief, maar volledige vegetatieontwikkeling vraagt tijd, nabijgelegen bronpopulaties en aanvullend beheer.

Randvoorwaarden voor het herstel van kenmerkende en bedreigde soorten in het natte zandlandschap

Het doel van dit onderzoeksproject is om voor de bedreigde soorten van het natte zandlandschap knelpunten te herkennen voor het herstel van de ecosystemen met de bijbehorende soorten. In dit project is gezocht naar groepen van bedreigde soorten met vergelijkbare reacties op herstelmaatregelen of het uitblijven daarvan en is geprobeerd de respons van deze soorten te koppelen aan bepaalde herstelmaatregelen of ecologische condities. De kennis van habitateisen of knelpunten is voor veel soorten nog erg beperkt, of nog te abstract voor vertaling naar toepasbare maatregelen. Voor het overgrote deel van de soorten ontbreekt het aan onderzoek dat gericht is op het vaststellen van knelpunten.

Mogelijkheden voor herstelbeheer in hellingbossen op kalkrijke bodem in Zuid-Limburg

In dit rapport staat een beheerexperiment beschreven van een omvorming naar een “ongelijkvormig hooghout”, met meerdere generaties (diameterklassen) bomen in één perceel en een cyclus van periodieke kap. De beheerexperimenten in het Eyser- en Wijlrebos hebben aangetoond dat een omvorming van een (voormalig) middenbosbeheer naar een beheer als ongelijkvormig hooghout ook in de Zuid-Limburgse context (steile hellingen, meerdere decennia geen ingrepen) bosbouwtechnisch goed mogelijk is.

Fosfaattoevoeging heide

Plaggen van heidebodems is veel toegepast als maatregel om de accumulatie van stikstof in de bodem tegen te gaan. Het nadeel van deze maatregel is dat door verwijdering van de organische laag ook een groot deel van de aanwezige P uit het systeem verwijderd wordt.
Een beheeroptie is om plaggen te combineren met een eenmalige bemesting met P, zodanig dat de beschikbare P netto herstelt tot de oorspronkelijke waarden. In dit project is die maatregel onderzocht in een veldexperiment in Nationaal Park de Hoge Veluwe.

Beheeroptimalisatie Zuid-Limburgse hellingschraallanden

Om te onderzoeken of fasering van het begrazingsbeheer in hellingschraallanden leidt tot een verhoging van de biodiversiteit en ook praktisch uitvoerbaar is, is een grootschalig driejarig veldexperiment uitgevoerd en keken onderzoekers naar effecten op typische flora en fauna, de efficiëntie voor het afvoeren van nutriënten en het kostenaspect. Het blijkt dat fasering van begrazing een belangrijke rol kan spelen om meer stikstof en fosfaat uit graslanden te verwijderen en meer kansen te creëren voor karakteristieke flora en fauna.

Verlanding in laagveenpetgaten

Deze verlanding van petgaten is in veel laagveengebieden gestagneerd. Het doel van dit onderzoek was om mogelijke oorzaken te begrijpen en zo mogelijk maatregelen te bedenken om de verlanding wel weer op gang te brengen. In dit onderzoek is een aantal herstelmaatregelen ingezet om verlanding te stimuleren. Eén daarvan is de inzet van drijvende constructies.

Biochemie en experimentele maatregelen voor het herstel van beekdalvenen

Beekdalvenen zijn moerassen die door grondwater worden gevoed en waar vroeger en/of momenteel veenvorming optreedt. Het doel van dit onderzoek is om te kijken of extra maatregelen (aanvullend op de vernatting van beekdalen) helpen bij het herstel van basenrijke kleine zeggen-slaapmos-vegetaties.

Effecten maaibeheer op kleine zeggenmoerassen in beekdalen

In diverse beekdalen in Nederland worden deze veenvormende moerasvegetaties hersteld door vernatting. Als beheermaatregel worden deze vegetaties daarna vaak gemaaid. De centrale vraag in dit OBN onderzoeksrapport is of dat nodig is. Na verbetering van de hydrologische omstandigheden zouden de vegetaties zichzelf moeten kunnen handhaven. Daarnaast is het de vraag in hoeverre maaibeheer nadelig doorwerkt op het ontstaan van microtypografie (kleinschalig reliëf).