Ruimte voor de noordse woelmuis

Artikel Vakblad natuur bos landschap, voorjaar 2026 De noordse woelmuis staat op de Rode Lijst van zoogdieren in Nederland en is als enige prioritaire soort genoemd in de Habitatrichtlijn. Toch lukt bescherming maar moeilijk. De provincie Zuid-Holland vroeg advies aan het OBN-deskundigenteam fauna hoe zij het leefgebied van de noordse woelmuis op orde kan krijgen. […]

Artikel: Natuurbeheer matchen van soort- en gebiedseigenschappen

Artikel Vakblad natuur, bos, landschap – april 2026 Vogels zijn de best bestudeerde groep in het wild levende, gewervelde diersoorten van Nederland. Toch blijkt het niet gemakkelijk om het natuurbeheer en -beleid zodanig vorm te geven dat we telkens de juiste omstandigheden in het landschap weten te creëren waarin populaties kunnen standhouden of herstellen. Als […]

Voedselaanbod voor overwinterende akkervogels

Lopend onderzoek OBN generiek

Onderzoek waarbij de kwaliteit van het landschap voor overwinterende akkervogels in kaart wordt gebracht. Welke habitats/gewassen zijn aantrekkelijk en waarom. Groenbemesters zijn hierbij het belangrijkst, maar we vergelijken ook met gaanstoppel en wintervoedselveldjes om het belang van groenbemesters goed te kunnen duiden.

Statistische analyse van Nederlandse PARTRIDGE-gegevens

Maatregelen uit het PARTRIDGE-project verbeteren de biodiversiteit in Nederlandse akkergebieden. In gebieden met bloemblokken, keverbanken en voedselveldjes komen meer akkervogels en insecten voor dan in referentiegebieden. Vooral broedvogels profiteren zichtbaar. Tegelijk blijven populatietrends van soorten als de patrijs onzeker. Opschaling, variatie in beheer en meer aandacht voor wintervoedsel zijn cruciaal voor blijvend effect.

Jaarverslag 2025 van OBN Natuurkennis en UPN

Een nieuwe fase in natuurkennis Het jaar 2025 markeert een belangrijke nieuwe fase voor OBN Natuurkennis en het Uitvoeringsprogramma Programma Natuur (UPN). Met de start van een zesjarige samenwerking tussen LVVN, BIJ12 en VBNE is het bestaande sterke fundament wederom gecontinueerd voor de toekomst van kennisontwikkeling voor natuurherstel in Nederland. Deze nieuwe periode staat niet alleen […]

Waarom libellen verdwijnen uit Nederlandse vennen: zuurstofgebrek als stille boosdoener

Artikel Nature Today – 11 februari Vennen vormen kleine, natte oases in het anders droge Nederlandse heidelandschap en herbergen een unieke biodiversiteit. Vooral libellen zijn kenmerkend voor deze wateren. Tot circa 2010 waren soorten zoals de maanwaterjuffer, noordse witsnuitlibel en zwarte heidelibel nog algemeen, maar sindsdien is hun aantalsafname groot. In sommige gebieden zijn ze […]

Effectgerichte maatregelen voor het herstel en beheer van faunagemeenschappen van heideterreinen

Het rapport analyseert waarom herstel van heidefauna vaak uitblijft. Historische habitatvernietiging en verzuring en vermesting verstoren voedselkwaliteit en voedselwebben. Hoge stikstofdepositie veroorzaakt fosforlimitatie en nutriëntenonbalans, met negatieve effecten op insecten en hogere trofische niveaus. Gangbaar plagbeheer is vaak ineffectief. Duurzaam herstel vraagt landschapsherstel, behoud van organische stof, lichte bekalking en vooral bronreductie van stikstofdepositie

Fauna in het rivierengebied

Het onderzoek laat zien dat herstel van fauna in het Nederlandse rivierengebied wordt belemmerd door habitatverlies, kwaliteitsproblemen en ontbrekende habitatcombinaties. Door analyse van voorbeeldsoorten en riviertrajecten biedt het rapport handvatten voor faunagerichte natuurontwikkeling op trajectschaal, met robuuste netwerken van sleutelgebieden en stapstenen.

Naar een rode lijst met Groene Stip voor hogere planten in Nederland

Na tien jaar OBN-projecten is onderzocht hoe herstelmaatregelen bijdragen aan behoud van bedreigde plantensoorten. Een evaluatiemethodiek met Groene Stip en tipparade toont dat natte ecosystemen beter herstellen dan droge. De aanpak ondersteunt beleidskeuzes, beheer, prioritering en wijst op noodzaak van brongerichte maatregelen en verdere uitbreiding naar andere soorten en ecosystemen.

Extra leefgebied voor de noordse woelmuis in de Nieuwkoopse Plassen

In dit onderzoek is gekeken welke uitbreidingsmogelijkheden er zijn voor geschikt habitat voor de noordse woelmuis. Dit kan door bijvoorbeeld beboste percelen te ontdoen van bomen en struiken, waardoor nieuw noordse woelmuishabitat ontstaat. Verder is een aangepast maaibeheer mogelijk waarbij bepaalde delen, waaronder oeverzones, van het gebied worden uitgerasterd. Ook minder intensief begrazen is een goede optie om geschikt habitat te creëren.

Vervolgmonitoring Korenburgerveen 2024

In het Korenburgerveen zijn sinds 2000 ingrijpende hydrologische maatregelen genomen om het hoogveen te herstellen. Door regenwater beter vast te houden, waterstanden te stabiliseren en de invloed van voedselrijk water te beperken, is gewerkt aan het herstel van typische hoogveencondities met veenmossen en bijbehorende flora en fauna. Kort na uitvoering van deze maatregelen liet onderzoek zien dat vooral de watermacrofauna sterk veranderde, met name in de meest vernatte delen van het gebied. Twintig jaar later is onderzocht hoe deze veranderingen zich op de lange termijn hebben ontwikkeld. Uit deze vervolgmonitoring blijkt dat de watermacrofauna deels is hersteld en dat sommige locaties weer sterk lijken op de oorspronkelijke situatie. Dit wijst op veerkracht van het hoogveensysteem, zelfs tegen de achtergrond van landelijke achteruitgang van insecten. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat snelle vernatting risico’s met zich meebrengt, omdat niet alle soorten zich even snel kunnen aanpassen.

Stuurfactoren voor weerbare laagveensystemen tegen uitheemse rivierkreeft

In dit onderzoek is gekeken welke mogelijkheden natuurbeheerders en waterbeheerders hebben om te werken aan een dergelijk robuust watersysteem. Er is gekeken naar vier potentiële stuurfactoren voor het vergroten van de weerbaarheid van watersystemen tegen uitheemse rivierkreeft onderzocht: (a) voedselbeschikbaarheid en nutriënten, (b) oeverstructuur, (c) predator-prooirelaties en (d) gevoeligheid van waterplanten tegen destructie. Doel van het onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de abiotische en biotische factoren en processen die aquatische laagveensystemen minder gevoelig maken voor invasie door rivierkreeften en/of de maximale rivierkreeftenpopulatie in een systeem beperken. Het onderzoek geeft daarmee handvatten voor het herstellen van aquatische systemen.

Herstel van laaglandbeken door het herintroduceren van macrofauna

Beekherstel heeft op een aantal plekken in Nederland geleid tot een verbetering van de milieuomstandigheden. Desondanks blijft het resultaat biologisch gezien vaak achter omdat veel soorten een beperkt verspreidingsvermogen hebben en de verbeterde beken niet kunnen bereiken. Over de mogelijkheden en het mogelijk succes van herintroductie is nog weinig bekend. Daarom is in deze studie een generiek raamwerk opgesteld voor herintroducties.

Randvoorwaarden voor het herstel van kenmerkende en bedreigde soorten in het natte zandlandschap

Het doel van dit onderzoeksproject is om voor de bedreigde soorten van het natte zandlandschap knelpunten te herkennen voor het herstel van de ecosystemen met de bijbehorende soorten. In dit project is gezocht naar groepen van bedreigde soorten met vergelijkbare reacties op herstelmaatregelen of het uitblijven daarvan en is geprobeerd de respons van deze soorten te koppelen aan bepaalde herstelmaatregelen of ecologische condities. De kennis van habitateisen of knelpunten is voor veel soorten nog erg beperkt, of nog te abstract voor vertaling naar toepasbare maatregelen. Voor het overgrote deel van de soorten ontbreekt het aan onderzoek dat gericht is op het vaststellen van knelpunten.

Fosfaattoevoeging heide

Plaggen van heidebodems is veel toegepast als maatregel om de accumulatie van stikstof in de bodem tegen te gaan. Het nadeel van deze maatregel is dat door verwijdering van de organische laag ook een groot deel van de aanwezige P uit het systeem verwijderd wordt.
Een beheeroptie is om plaggen te combineren met een eenmalige bemesting met P, zodanig dat de beschikbare P netto herstelt tot de oorspronkelijke waarden. In dit project is die maatregel onderzocht in een veldexperiment in Nationaal Park de Hoge Veluwe.

Effecten maaibeheer op kleine zeggenmoerassen in beekdalen

In diverse beekdalen in Nederland worden deze veenvormende moerasvegetaties hersteld door vernatting. Als beheermaatregel worden deze vegetaties daarna vaak gemaaid. De centrale vraag in dit OBN onderzoeksrapport is of dat nodig is. Na verbetering van de hydrologische omstandigheden zouden de vegetaties zichzelf moeten kunnen handhaven. Daarnaast is het de vraag in hoeverre maaibeheer nadelig doorwerkt op het ontstaan van microtypografie (kleinschalig reliëf).

Afwegingskader maaibeheer

Lopend onderzoek OBN generiek

In dit onderzoek wordt gekeken naar de ecologische effecten en financiële kosten van verschillende methoden van zomer- en wintermaaien (van handmatig tot zwaar materieel) op de flora, boven- en ondergrondse fauna en bodemgesteldheid van verschillende korte vegetaties (graslanden, moeras- en verlandingsvegetaties) onder verschillende standplaatscondities.

Joost Vogels verdedigt proefschrift Out of balans

Op woensdag 15 oktober om 14:30 verdedigt Joost Vogels, senior onderzoeker bij Stichting Bargerveen en lid van het OBN deskundigenteam Fauna, zijn proefschrift getiteld Out of balance, A stoichiometric perspective on heathland biodiversity loss in het openbaar in de aula van de Radboud Universiteit Nijmegen, Comeniuslaan 2 6525 HP Nijmegen. Het proefschrift gaat over het herstellen […]