Kerven in de Zeereep
Een consortium van wetenschappers en adviesbureaus onderzoekt vanuit het DT Duin en kustlandschap van OBN-natuurkennis het gedrag van bestaande kerven in Nederland. Dit onderzoek bestaat uit een morfologisch en een ecologisch deel. Voor het morfologisch deel is recentelijk een tussenrapport gepubliceerd.
Dit onderzoek heeft tot doel de aanleg en het beheer van kerven beter te kunnen informeren zodat dynamiek gestimuleerd wordt. We definiëren dynamiek hier als de erosie- en sedimentatievolumes gecombineerd. In dit onderzoek hebben HKV, Arens Bureau voor Strand- en Duinonderzoek, Universiteit Utrecht en de VU 59 Nederlandse kerven onderzocht. Gebruikmakend van historische satellietdata, luchtfoto’s en hoogtedata is een database opgesteld van kerfparameters per kerf. De tussenresultaten laten zien dat kerven de dynamiek in de zeereep in driekwart van de gevallen vergroten.
In een ongekerfde zeereep waait het zand van het strand vaak tegen de onderkant van de duinen aan waar het in de vorm van embryoduinen blijft liggen. Door kerven te creëren stuift zand van het strand verder door het achterland in. In 93% van de gevallen wordt de tweede duinenrij door kerven hoger (mediaan van toename 38 cm) dan in het ongekerfde referentieduin. Sommige kerven zijn echte stofzuigers die tot wel 2,5x meer zand aantrekken boven de NAP+3m lijn dan het naastgelegen referentieduin (enkele kerven in Meijendel, Ameland Oost, Noordwest Natuurkern). Maar niet iedere kerf trekt altijd extra zand aan van het strand.
Ook kunnen we uit de opgezette database verbanden leggen die sturing kunnen geven voor aanleg en beheer van kerven als maximale dynamiek wordt beoogd. De volgende parameters worden gevonden als belangrijk in het stimuleren van maximale dynamiek:
- Brede opening
- Erosiezoneinitiatie tussen 40 en 100 graden t.o.v. Noord
- Diepe kerf in hogere zeereep
- Kerven dichtbij elkaar (<150 m)
- Ontbreken van embryoduinen
Oftewel, met deze resultaten is een belangrijke basis gelegd voor toekomstig onderzoek en praktisch duinbeheer. Deze resultaten zullen dit jaar worden aangevuld met informatie vanuit het ecologisch onderzoek en vanuit zand- en depositievangers op Terschelling, Texel en in het Noord-Hollands Duinreservaat.