Artikel Nature Today – 11 februari
Vennen vormen kleine, natte oases in het anders droge Nederlandse heidelandschap en herbergen een unieke biodiversiteit. Vooral libellen zijn kenmerkend voor deze wateren. Tot circa 2010 waren soorten zoals de maanwaterjuffer, noordse witsnuitlibel en zwarte heidelibel nog algemeen, maar sindsdien is hun aantalsafname groot. In sommige gebieden zijn ze zelfs volledig verdwenen.
Onderzoekers in opdracht van OBN Natuurkennis hebben tientallen vennen in Nederland onderzocht om de oorzaken van deze achteruitgang te achterhalen. Daarbij werkten onder andere Stichting Bargerveen, Radboud Universiteit, De Vlinderstichting en Waardenburg Ecology samen. Het onderzoek combineerde veldmetingen met laboratoriumexperimenten en richtte zich op de invloed van veranderingen in waterkwaliteit en klimaat op libellenlarven.
Een belangrijke conclusie is dat zuurstoftekort een cruciale rol speelt. De vennen zijn de afgelopen decennia minder zuur geworden en het water is gemiddeld twee graden Celsius warmer. Laboratoriumexperimenten toonden dat bij hogere temperaturen en hogere pH het zuurstofverbruik sterk stijgt. Warm water bevat bovendien van nature minder zuurstof, waardoor de concentratie snel kan dalen tot niveaus die problematisch zijn voor larven van libellen. Vooral de maanwaterjuffer blijkt gevoelig voor lage zuurstofniveaus. Veldonderzoek liet zien dat larven actief plekken met voldoende zuurstof opzoeken. Ze worden vooral hoog in de waterlaag gevonden, bij oevervegetatie of op locaties met dunne sliblagen. Bij de maanwaterjuffer speelt daarnaast grondwateraanvoer en windwerking een belangrijke rol, omdat deze zorgen voor extra zuurstof.
De onderzoekers geven concrete beheertips: het verwijderen van slib kan de zuurstofhuishouding verbeteren, vooral in slibrijke, onbegroeide delen van een ven. Het vergroten van windwerking en het herstellen van lokale grondwaterstromen kan eveneens helpen. De komende jaren worden pilots uitgevoerd om te onderzoeken of deze maatregelen effectief zijn.
De achteruitgang van deze iconische libellen gaat snel. Juist in de gebieden waar ze nog voorkomen, is snel ingrijpen essentieel. Met gerichte maatregelen en goede monitoring kan hun leefgebied hopelijk worden hersteld, voordat deze soorten definitief uit het Nederlandse landschap verdwijnen.